terug naar de 2015 index

 


mei 2015

kierlicht
light at the first sigh

the first light
of the day came in
like the first light
20362 nights ago





corbijnlicht
lighted by darkness

ik loop van gezicht naar hoofd
staar in ogen van het licht beroofd
de gids vertelt een lang verhaal
in een vervreemdende taal
ik verlaat de zaal
verdoofd







4 mei Almere Haven
de stad is stiller dan een kwartier geleden
ik hoor de Last Post al tussen de gevels
langzaam haast ik me en sluit me aan
achter een rij stille ruggen
de laatste tonen sterven weg

de stilte is als zuchten van de zee
stil als licht hoog achter de wolken
een kind glipt ongemerkt weg, een mobieltje trilt onhoorbaar
in de gracht kwaakt een eend 4 keer




slaperdijk
ploegend door de paardebloemen
bedwelmend walmt het geel kniehoog
mijn oog traant geel
mijn oor suist geel
mijn hoofd denkt geel
mijn hart klopt geel
mijn ademt hapt geel
bedwelmend walmt het geel alom
ploegend door de paardebloemen




jan cremer fundatie zwolle
we waadden door verfzeeŽn
van silent sea naar cape cod storm
toen raakte ik je kwijt
je blonde haar verdween ergens
in een poolzee
en ik verloor mezelf in
sabostapol sunrise
later vond ik je terug op een bankje
je zei: je kunt de verf nog ruiken
buiten loeide de lentezee
kleurkracht 10





gooimeer almere
uitzicht inzichtelijk gemaakt

zo stel ik me het voor
gevoelsvogels rustend

op gedachtenstakels
in levenswater

zielenzeil drijft
naar toreneinde

dat duurt nog lang
de wind is zo zwak




bikiniseizoen angst
voor het intake gesprek moet ik even wachten
de wachtkamer is leeg en stil

ergens in het gebouw klinkt een gelach
meteen gevolgd door een snikkend gehuil
ik voel onrust in me opborrelen

aan de muur hangt een poster met een zonsondergang
ik rek mijn hals om te lezen wat er op staat
een spreuk van een zekere dale carnegie:

'als je je angst wilt overwinnen,
blijf dan niet binnenhuis zitten piekeren,
ga naar buiten en zorg dat je bezig bent'

rustig kom ik overeind en loop naar buiten
op zoek naar een bezigheid




slak
we wandelen door duin en bos, de zon breekt eindelijk door
en meteen worden de geuren sterker en zingen de vogels welluidender
we zien een slak met een slakkenvaart kruipen
langs een schors naar het licht van de hemel

we eten een boterham en drinken water met een granaatappelsmaakje
we spreken over oneindigheid van tegenslagen en de geringheid van successen
de slak is 1 groef verder gekomen; op deze manier, zei ze, komt ie er nooit
ik probeer voor de slak op te nemen: waarom haasten?




gooimeer
op zo'n dag als vandaag wanneer ik de regendruppels tel
die tegen het raam te pletter slaan en mijn roerbakje tofu eet
denk ik weemoedig terug aan gistermiddag toen ik ruggelings
omringd door bloeiend gras op de dijk lag en een banaan at

het was niet zo stil als ik zou wensen maar wel vredig
achter mij zoefden hardfietsers over de dijk die 'opzij!' riepen
boven mij in de nevelige hemel dansten zwermen muggen
in een onbegrijpelijke en toch boeiende choreografie
wanneer ik me oprichtte, zag ik op het water tientallen witte zeilen
ook in een onbegrijpelijke choreografie om de boeien heen

toen telde ik mijn zegeningen: 4 keer opzij, 34 muggen en 19 zeilen
en nu vandaag doe ik hetzelfde met de 28 droppels die langs het raam glijden






artzuid
omdat ik nodig moest plassen
ga ik bij foam museum naar binnen
handig zo'n museumjaarkaart

daarna kan ik me ontspannen
de tentoonstelling bekijken bijvoorbeeld
details of a dark horse in low light
ik kijk door het raam met getint glas
een kleine binnentuin in de schemering
een meeuw vliegt een wolk binnen

een uur later loop ik wat doelloos
langs de zonnige kant van de vijzelstraat
de rozen waren in de aanbieding
drie bossen voor de prijs van twee
ik ontwijk een scootmobiel, een man
vraagt om een euro, een euro maar meneer

een etalageraam spiegelt - twee werelden worden een
last van aambeien? eerste consult is gratis
ik krijg dorst en bij café mulder
is een tafel vrij in de zon
dat mijn biergals driekwart schuim bevat
daar durf ik niets van te zeggen







artzuid
om aan mezelf te ontsnappen
neem ik de trein naar amsterdam-zuid
het is een mooie middag om wat kunst te zien
de tram brengt me naar de minervalaan
een smal park tussen twee drukke rijbanen
de zon breekt nu goed door, fijn
een oudere heer en een wat jongere dame
komen over het gras op me af
ik herken zijn gezicht meteen:
rudi fuchs, mister artzuid himself
ik groet hem met: goedemiddag meneer fuchs
wat fijn en toevallig om u tegen te komen!
ik probeer grappig te vervolgen:
misschien wilt u me rondleiden?
hij kijkt me geschrokken en onzeker aan
en begint een antwoord te prevelen
de dame die bij hem is sneller en luider:
nee meneer fuchs heeft al een afspraak
ze steekt haar arm in de zijne en trekt hem mee
ik wandel verder en schaam me een beetje
maar niet zo erg en lang gelukkig
ik probeer van de beelden een beeld te vormen
om aan mezelf te ontsnappen






trein
de laatste trein was vol en vies
overal blikjes, chipszakjes en kranten
er werd gelukkig weinig gepraat
ik dacht: dankzij de digitale schermen

een kwartier vertraging nu in weesp
wachtend op de aansluitende trein
de hele dag al gemiste aansluitingen
ik dacht: de ns houdt niet van mij

de aansluitende trein kwam
ik zag een meisje instappen
behangen met een masker en slingers
ik dacht: waar is het feestje?

gelukkig was ik niet uitgenodigd
ik haat feestjes, ook feestjes die
een einde maken aan alle feestjes
ik dacht: is een begrafenis ook een feest?

de laatste trein vertrok eindelijk
voller, viezer en stiller
sommigen sliepen anderen typten
ik dacht het mijne ervan





artzuid
ik fiets in het donker naar huis, 31 mei
nog twee uur dan is mei echt voorbij
het regent, fijnmazige lauwe meiregen
meiregen is niet zo nat lijkt het wel
ik laat mei doorweken
van meiregen word je schoon
je wordt gewassen, mei was mij
van alle zonden vrij, ik hou van mei





ramkoers
"Betreden op eigen! eigen! risico!!!! RAM!"
er is geen alternatieve route zo direct voorhanden,
maar het pad ziet er goed uit: de dijk is leeg
op onschuldige boterbloemen en zuring na
nergens verontrustend plukjes wit in het groen
ik waag het erop en klim over het hekje
en vind zelfs een stok met een scherpe punt
moet ik hem de ogen uitsteken of een pak slaag geven?
de dijk blijft vele bochten vrij van gevaar
ik krijg weer oog voor de bloemen en
de zeilschepen die op het Zwarte Water drijven
de zon schijnt en ik de wind komt van opzij
ik gooi de stok, meer een rietstengel, weg
neurie zelfs 'won't you walk along baby'
maar prijs de dag niet voordat het avond is
geldt hier ook: net in de laatste bocht
ligt een kudde schapen in het gras verstopt
ik loop door, één voor één komen ze overeind
mijn hart bonst in de keel, mijn benen trillen zelfs
de lammetjes stuiven weg, maar de moeders blijven staan
ik zeg dag schaapjes, lekker weertje he?!
zo spreek ik een bemoedigend woordje hier
en een aardige opmerking daar - rustig blijven
een schaap de laatste komt langzaam overeind
traag en zelfbewust als een schurk in een western van Sergio Leone
hij kwauwt wat en staart me aan met zijn spleetpupillen
de hoorns liggen onzichtbaar diep verborgen in zijn dikke vacht
ik loop rustig door, vooral geen onverwachte bewegingen maken
hij volgt mijn voorbijgaan met zijn hoofd traag draaiend
dan hou ik het niet meer en trek een sprint naar het hek
veilig aan de andere kant neurie ik opgelucht 'why..ai.. ai..'
ik werpp nog een laatste blik achterom en huiver:
het monster ligt weer schaapachtig kauwend in het gras

ramkoers



terug naar de 2015 index

© geert van der wijk - 2021